De sterfelijke ziel.

Gebaseerd op een studie van Christopher Sparkes. 

In Ezechiël 18/4 staat, 'De ziel die zondigt, zal sterven' Dit past niet bij de vanzelfsprekende gedachte dat je na je dood naar de hemel of naar de hel gaat. Roland Wicks schreef een boek met de titel: 'De weg naar onsterfelijkheid'. Dat boek geeft helderheid over de sterfelijkheid van de ziel. Als je na de dood in het graf belandt en er niets meer is, wat zegt dit dan over de helse leer? Het loon van de zonde is de dood. Sterven is niet ergens anders heen vliegen met je geest.

De volgende drie bijbelteksten geven meer duidelijkheid over de sterfelijkheid van de ziel:

  1. Ezechiël in Ezechiël 18/4, ‘De ziel die zondigt, zal sterven.’
  2. Jezus zei in Johannes 3/13 ‘En niemand is naar de hemel opgestegen, behalve hij die neergedaald is uit de hemel, de Mensenzoon, die is in het Hemelse.’
  3. Petrus zei in Handelingen 2/34aWant David is niet opgestegen naar de hemelen.’

Deze teksten ondermijnen de leer over de onsterfelijke ziel.

De volgende drie bijbelgedeelten zijn in de traditionele Bijbels van de kerk verkeerd vertaald. Door die slordige vertalingen lijkt de bijbel te ondersteunen dat de ziel niet sterft. Door die slordige vertalingen zijn er dus dwalingen de kerk binnengeslopen.

1. Lucas 23/43.

De stervende dief aan het kruis.

Volgens King James Vertaling of de Statenvertaling zegt Jezus tot de dief aan het kruis: ‘Voorwaar zeg ik u, heden zult u met mij in het Paradijs zijn'. Dat paradijs bestaat dan nog niet, want het wordt in Openbaring 2/7 als een belofte genoemd, ‘aan hem die komt als overwinnaar, zal Ik het recht geven om te eten van de Boom van het Leven, die in het Paradijs van God staat.’

De Boom des Levens bevindt zich in de heilige stad.

Openbaring 22/2 ‘In het midden van haar straat, en aan weerszijden van de rivier, was Boom van het Leven, die elke maand twaalf soorten vruchten voortbracht, elk opleverend zijn eigen vrucht, en de bladeren van de Boom zijn tot genezing van de volkeren.

Openbaring 22/14 ‘Verheugd zijn degene die Zijn geboden doen, zodat zij gezag zullen hebben over de Boom des Levens en zij door de poorten de stad kunnen binnengaan.’

Dus het Paradijs bestaat nog niet toen Jezus tot de dief aan het kruis sprak. De juiste vertaling van de woorden die Jezus sprak is: ‘Voorwaar, ik zeg u heden, u zult met mij in het paradijs zijn.’ Deze zinsconstructie staat bekend als een hebraïsme. Het komt vaker voor in de bijbel:

Jozua 24/15 ‘En als het u ongewenst lijkt om de HEER te dienen, kies dan heden wie u zult dienen, of de goden die uw voorvaderen aan de overkant van de Rivier dienden, of de goden van de Amorieten in wiens land u woont. Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen Yahweh dienen.’

‘U zult met mij in het paradijs zijn.’ Dat is de waarheid. Die stervende dief zal inderdaad in het Paradijs zijn, in de heilige stad. Dat zou zijn nadat hij is opgewekt, precies zoals Jezus beloofde aan het kruis en later in Openbaring 22.

2. Johannes 11/26

Het gesprek tussen Jezus en Martha

Johannes 11/26, ‘En iedereen die leeft en in mij geloofd zal zeker niet sterven gedurende het eon. Gelooft u dit?’

Johannes 8/51, ‘Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, indien iemand mijn woord bewaart, hij zal zeker de dood niet zien gedurende het eon.

Jezus en Martha spraken over de opstanding. Martha zei daarbij dat ze wist dat haar broer op de laatste dag zal opstaan. ‘Jezus zei tegen haar: Ik ben de opstanding en het leven. Die in mij gelooft, hoewel hij sterft, zal leven . En ieder die leeft en in mij gelooft, zal zeker niet sterven gedurende het eon. Gelooft u dit?

De woorden ‘gedurende het eon’ worden in de King James Vertaling en de Statenvertaling genegeerd.

Een eon is een tijdperk van grote omvang. In Hebreeën 1/2 staat dat God ook de eonen heeft geschapen. Er zijn dus meerdere eonen die elkaar opvolgen.

De Statenvertaling (SV) heeft: ‘en een iegelijk die leeft en in mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid: gelooft gij dat?’

De King James Vertaling (KJV) heeft: ‘en een iegelijk die leeft en in mij gelooft, zal nooit sterven. Gelooft gij dat?’

Nou, dat is niet waar. Martha stierf, Jezus stierf en werd opgewekt. Martha, onze zuster in Christus, zou later worden opgewekt. Door deze vertalingen is de deur opengezet voor het idee van een onsterfelijke ziel.

Ze hebben woorden weggelaten en het woord ‘nooit’ toegevoegd! Het Griekse woord voor ‘nooit’ is ουδεποτε (oudepote), Strong's G3763 Dat woord komt niet voor in Johannes 8/51, Johannes 8/52 of Johannes 11/26 Jezus tegen dus niet tegen Martha dat ze nooit zou sterven.

Jezus heeft het niet gezegd maar klinkt het niet als iets anders? Je zult nooit sterven, dat klinkt als de slang in de hof van Eden. In deze tekst is dus toegevoegd én weggelaten.

Openbaring 22/18-19, ‘Ikzelf getuig tegenover iedereen die de woorden van de profetie van deze boekrol hoort. Als iemand er iets aan toevoegt, zal God hem de plagen opleggen die in deze boekrol beschreven staan. En als iemand iets van de woorden van de boekrol van deze profetie afneemt, moge God hem zijn deel ontnemen van de Boom des Levens, van de Heilige Stad en van de dingen die in deze boekrol beschreven staan.

3. Filippenzen 1/23.

De overwegingen van Paulus.

Want voor mij is te leven Christus, en te sterven winst, maar als ik in het vlees blijf leven, zal dat voor mij de vrucht van mijn arbeid zijn. Toch wat ik zal kiezen weet ik niet. Maar ik ben uit beiden gedrongen, ik verlang om te vertrekken en met Christus te zijn – zoveel beter!’ Filippenzen 1/21-23

De volgende psalmteksten laten zien wat de dood werkelijk betekent,

  • Psalm 6/5: ‘want in de dood is er geen herinnering aan U. Wie in het graf zal U danken?
  • Psalm 30/9: ‘Wat voordeel is er in mijn bloed, in mijn afdalen in de kuil? Zal het stof U prijzen? Zal het Uw waarheid verkondigen?

Paulus is gearresteerd en verblijft vermoedelijk in een militaire gevangenis in Filipi.

Hij schrijft zijn overdenkingen op voor de gelovige Filippenzen. Daarbij overweegt hij verschillende mogelijkheden aangezien hij mogelijk ter dood zal worden veroordeeld. 

Zou het beter voor hem zijn om te blijven leven zodat hij Christus kan blijven prediken?

Of zou het beter zijn om de marteldood te sterven, omdat dat een andere manier is waarop het evangelie kan verkondigd worden? Het bloed van de martelaren is immers het zaad van de kerk.

De KJV en de SV laten Paulus zijn keuzes, zijn opties, als volgt bespreken in Filippenzen 1/21-23:

KJV: ‘Want voor mij is te leven Christus, en te sterven winst. Maar als ik in het vlees leef, is dit de vrucht van mijn arbeid; toch weet ik niet wat ik zal kiezen. Want ik ben in een tweestrijd: ik verlang ernaar heen te gaan en bij Christus te zijn, wat veel beter is. Niettemin is het voor u noodzakelijker dat ik in het vlees blijf.’

SV: ‘Want het leven is mij Christus, en het sterven gewin. Maar of te leven in het vlees, hetzelve mij oorbaar zij, en wat ik verkiezen zal, weet ik niet. Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste; maar in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil’.

Maar zou 'heengaan', echt sterven betekenen en dat hij dan bij Christus zou zijn? Psalm 6 en psalm 30 spreken over de stilte in het graf.

NIV: ‘Ik ben verscheurd tussen twee dingen: ik verlang ernaar heen te gaan en bij Christus te zijn, dat is veel beter.’

In de concordante vertaling staat: "Ja, ik word uit die twee gedrukt", de concordante letterlijke versie zegt "eruit gedrukt met een verlangen naar", dus hij heeft een derde optie.

‘Uit’ of ‘tussen’. 

Het Griekse voorzetsel voor 'tussen' is μεταξύ (metaxý). En het Griekse voorzetsel voor 'uit' is έκ (ék), Strong’s G1735. Welk woord heeft Paulus gebruikt?

Nou, de concordante letterlijke vertaling is ‘έκ’: 'Ik ben uit de twee gedrukt'. Hij worstelde niet tussen twee opties, hij mediteerde over drie opties. Hij zat niet tussen de twee in, hij had er nog een. Ik denk dat de concordante, letterlijke versie het dichtst bij de betekenis van de woorden komt. Het sluit ook aan bij de vertaalwetten: grammatica, interne harmonie, logica, onderzoek en tekst. 

Laten we dus de principes van grammatica en interne harmonie toepassen op wat de NIV en de KJV zeggen.

Paulus vroeg zich af of hij moest blijven leven en door moest gaan met het prediken en onderwijzen van het woord van God, of dat sterven en martelaarschap een goed alternatief zou zijn.

Maar er was een derde optie. 

In vers 21 zegt Paulus: ‘Want voor mij, te leven is Christus, en te sterven is winst.’

  • Dus te leven is Christus, wat betekent dat ik voor Christus blijf werken.
  • Te sterven is winst, dan zou hij verlost zijn van zijn lijden, maar hij denkt waarschijnlijk ook aan de reputatie die hij dan zou hebben als martelaar.  Het bloed van de martelaren is immers het zaad van de kerk.

En dan zegt Paulus: "Wat ik zal kiezen, weet ik niet. Maar ik ben word uit die twee gedrongen. En dan zeggen de SV, de NIV en de KJV dat hij een verlangen heeft om heen te gaan en bij Christus te zijn.

Maar hier wordt met heengaan geen sterven bedoelt. Want zoals Jezus na zijn dood het graf inging, zou ook Paulus na zijn dood het graf ingaan. En dat is niet ‘bij Christus zijn.’ Zie Mattheus 12/40.

Dus wat Paulus eigenlijk schreef, was verlangen of hunkeren naar de derde optie. Hij gebruikt daarvoor de volgende woorden:  'εχων' (echon),  Strong’s G 2192 en 'εις το' (eis to), Strong’s G1519 De concordante letterlijke vertaling zegt: ‘verlangen naar de oplossing’. De vertalers begrepen wel dat Paulus uit de twee eerste opties werd gedrongen maar begrepen niet wat de derde optie was.

In de KtK-vertaling is gekozen voor: ‘verlangen om te vertrekken’.

ik verlang om te vertrekken en met Christus te zijn – zoveel beter! Maar in het vlees blijven is noodzakelijker voor uw zaak.’

En dat is wat er op dat moment gebeurde. Paulus bleef leven en de gemeente van Christus onderwijzen. Er is harmonie met Psalm 6/5, dat er stilte heerst in het graf. En er is harmonie met Psalm 30/9, wat heeft het voor zin om af te dalen in de put?

En er is harmonie met Mattheüs 24 en Marcus 13. Jezus spreekt daar over de val van Jeruzalem, zijn terugkeer en de oprichting van het Koninkrijk. Zij verlangden naar de terugkeer van Jezus en daarna de vestiging van het Koninkrijk der Hemelen. Als Paulus gedood zou worden zou hij in het graf hebben gelegen in afwachting van de opstanding.

En wanneer de tijd van de opstanding daar is zal de Heer zelf neerdalen met een luide roep. De doden in Christus zullen worden opgewekt. Zie 1 Thessalonicenzen 4/16. En dan zou van Paulus worden gezegd dat hij is opgewekt. Maar Paulus werd niet gedood!

 

Afsluitend:

​‘Voorwaar, voorwaar, ik zeg u dat de tijd komt, en nu al is, wanneer de doden zullen horen de stem van de Zoon van God, en degene die het gehoord hebben zullen leven. Want zoals de Vader leven in Zichzelf heeft, zo heeft Hij het aan de Zoon gegeven om het leven in zichzelf te hebben, en Hij heeft hem ook autoriteit gegeven om te oordelen, omdat hij de Zoon van de Mensen is. ​‘Wees hier niet verbaasd over, want de tijd komt dat al degene die in de graftombes zijn stem zullen horen, en ze zullen uit komen, degene die goede dingen hebben gewerkt tot de opstanding van het leven, en degene die kwade dingen hebben gewerkt tot een opstanding van het oordeel,’ Johannes 5/25-29

Dus de doden zullen dus zijn stem horen, want zij zullen in hun graven worden opgewekt.

In 1 Korinthiërs 15/42-44 schrijft Paulus een lang betoog over de opstanding, ‘Zo is het ook met de opstanding uit de doden: zij worden gezaaid in vergankelijkheid: ze worden opgewekt in onvergankelijkheid; zij worden gezaaid in oneer; ze worden opgewekt in luister; zij worden gezaaid in zwakheid: ze worden opgewekt in kracht; zij worden gezaaid als een natuurlijk lichaam:  zij worden opgewekt als een geestelijk lichaam. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam.’

Het is gezaaid in vergankelijkheid, en dat is wat wij nu hebben. Wij zijn onderworpen aan verleiding, zonde, wetteloosheid, rebellie en de lusten van het vlees. Wij zijn onderworpen aan ziekte, kwalen en lijden.

De dood, dit is de vergankelijkheid en dit lichaam van de dood moet sterven, maar het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Dan niet langer onderworpen aan verleiding, zonde, wetteloosheid, ziekte, lijden en dood, omdat het opgewekt zal worden in onvergankelijkheid, het wordt gezaaid als een natuurlijk lichaam, het wordt opgewekt als een geestelijk lichaam.

De dood is niet het einde, maar de dood is de dood:

  • Psalm 6/5, ‘want in de dood is er geen herinnering aan U. Wie in het graf zal U danken?’
  • Psalm 104/29, ‘U neemt hun adem weg, zij sterven en keren terug tot hun stof.’
  • Psalm 115/17, ‘De doden prijzen Jah niet, noch iemand die in de stilte afdaalt.
  • Job 17/16, ‘Zij dalen af ​​naar de tralies van het graf, waar onze gezamenlijke rust is in stof.’
  • Prediker 9/6-10. ‘…Want in het graf, waar u heengaat, is geen werk, geen planning, geen kennis en geen wijsheid.’

In Mattheüs 12/40, profeteert Jezus over zichzelf dat hij drie dagen en drie nachten in de aarde zou zijn. Na ons sterven gaan wij niet rechtstreeks naar de hemel, of rechtstreeks naar de hel. Als wij sterven gaan we het graf in.

Dit is de leer van de Bijbel:

  • Johannes 3/13, ‘En niemand is naar de hemel opgestegen, behalve hij die neergedaald is uit de hemel, de Mensenzoon, die is in het Hemelse.
  • Handelingen 2/29, ‘Mannen, broeders, het is mij toegestaan om openhartig met u te spreken over de partriarch David, dat hij zowel is gestorven als begraven, en dat zijn grafmonument tot op de dag van vandaag onder ons is.
  • Handelingen 2/34, ‘Want David is niet opgestegen naar de hemelen.’
  • Romeinen 6/23, ‘Het loon van de zonde is de dood...’
  • Romeinen 6/6, ‘Dit wetende, dat onze oude mens met Hem is gekruisigd, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden, zodat wij niet langer slaven van de zonden zouden zijn.’
  • Genesis 3/19, ‘In het zweet van uw gezicht zul u brood eten, totdat u terugkeert tot de grond, waaruit u genomen bent, want stof bent u en tot stof zult u wederkeren.’
  • Job 19/25-27, ‘ Want ik weet dat mijn Gohwel leeft en dat Hij op de laatste dag zal opstaan over het stof, en nadat mijn huid is vergaan in mijn vlees zal ik Eloah zien. Ik zal Hem zelf zien en mijn ogen zullen Hem aanschouwen, en niet die van een vreemde; mijn nieren verlangen in mijn borst.’

Lees ook 1 Thessalonicenzen 4/16, ‘Want de Heer zelf zal neerdalen uit de Hemel met een bevelskreet, met een stem van de Aartsengel en met een luide trompetstoot, en de doden in Christus zullen eerst worden opgewekt.’

en

1 Korinthiërs 15/51, ‘Luister nu, ik vertel u een geheimenis: we zullen niet allen in slaap worden gebracht, maar we zullen allen veranderd worden, in een oogwenk, bij de laatste trompet. Want een trompet zal klinken, en de doden zullen als onvergankelijk worden opgewekt, en wij zullen worden veranderd.’

Dit is wat we nodig hebben, deze verandering. Wanneer deze vergankelijkheid onvergankelijkheid heeft aangedaan en deze sterfelijkheid onsterfelijkheid, dan zal het woord dat geschreven is, in vervulling gaan: de dood wordt verslonden door de overwinning. Waar, o dood, is uw angel, waar, o graf, is uw overwinning.

Dit doet denken aan een lied: Hosea 13/14, ‘Ik zal hen verlossen uit de hand van het graf, Ik zal hen verlossen van de dood. Dood, waar zijn uw plagen? Graf, waar is uw vernietiging?’ Paulus haalt deze woorden aan in 1 Korintiërs15/55

Hoe zal dat voor ons zijn? Omdat Jezus de dood heeft geproefd, zie Hebreeën 2/ 9, ‘Wij zien evenwel hem, die een weinig minder werd gemaakt dan de engelen, Jezus, die door het lijden van de dood, gekroond is met voortreffelijkheid en eer, opdat hij door de genadige goedertierenheid van God, namens allen de dood zou proeven.

Hij is als zijn broeders en schaamt zich er niet voor hen broeders te noemen. Jezus, door lijden en dood gekroond met voorrang en eer, zodat hij door Gods genade de dood zou proeven voor iedereen.

Hoe krijgen we dit? Dat kunnen we lezen in Johannes 8/51, ‘Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, indien iemand mijn woord bewaart, hij zal zeker de dood niet zien gedurende het eon.’

En in Romeinen 10/10-11, ‘Want met het hart wordt het geloofd tot gerechtigheid, en met de mond is de belijdenis tot redding. Want de Schrift zegt: ‘Ieder die in Hem gelooft, zal niet worden beschaamd.'’

We geloven met ons hart en we belijden met onze mond, we zullen niet beschaamd worden en we zullen vanuit ons graf zijn stem horen op het moment van de opstanding en we zullen onvergankelijk gemaakt worden en onsterfelijkheid ontvangen.

De doden in Christus zullen worden opgewekt en van hen zal worden gezegd: 'Zij zijn opgewekt, verheug je!' Ook van jou, als je gelooft in de Heer Jezus Christus en als je niet leeft in de tijd van de neerdaling van de Heer, dan zal ook van jou gezegd worden: hij of zij is opgewekt, Halleluja.

Amen.