(See the KtK Bible website for the English version.)

De weg van Verlossing.

Het was altijd overduidelijk voor mij dat er een scheppende God is. Niets anders zou waar of verstandig zijn. Het was overduidelijk voor mij dat Hij Christus, die stierf aan het kruis, opwekte uit de dood. Het was overduidelijk voor mij dat we kunnen spreken met deze scheppende God. Als kind sprak ik met Hem.

Maar ik leefde niet alsof dit overduidelijk voor mij was. Ik leefde voor mijzelf en sloot mijn ogen voor God.  Ik was me ervan bewust dat ik dit deed. Ik gaf het toe aan een atheïst in 1974, zei dat ik mij schuldig voelde. Hij was ongelovig. Mijn doelbewuste opstand, ik kon niet geloven dat daar vergeving voor was. Noch wist ik een andere manier van leven voor God die aantrekkelijk voor mij zou kunnen zijn. Tot Zondag ochtend, de negende December 1979.

Nadat ik bevriend was geraakt en gebeden had met sommige Christenen, vond ik mijzelf terug in een kleine schuur-bijeenkomst, en ik hoorde het Evangelie lezen en verenigde me met het lied voor zover ik het kon. Ik wandelde de schuur uit met zo'n opgetogenheid die ik nooit eerder had gevoeld. In dit uur ontmoette God mij.

Ik kan dit alleen beschrijven als dat ik ben getransformeerd. Ik werd een ander persoon. Ik begreep God. Ik zou vergeven kunnen worden. Ik was vergeven. Ik begreep die dood aan het kruis... ”voor de zonden van de wereld". Voor alles wat ik had begaan, zelfs het ontkennen van God. Nu had Hij mij tot Zich getrokken. Zijn genade, Zijn liefde. Daar was niets dat ik heb gedaan dat te boek kon staan als onvergeeflijk. Want er staat geschreven, terwijl wij nog zondaren waren, “stierf Christus voor ons” (Romeinen 5/8).

Mijn transformatie was door “de werking van God” (Colossenzen 2/12). God gaf mij een nieuw verstand en een nieuwe geest. Johannes de Doper zei dat Jezus “u zal dopen met de heilige geest” (Mattheüs 3/11). Door deze doop van de heilige geest zijn wij “verzegeld met de heilige geest van de belofte”; “zijn we van de Heer” (Romeinen 8/9, 14/8, 1 Korintiërs 12/13, Efeziërs 1/13, 4/5). Onze spraak wordt anders, want “uit zijn binnenste zullen rivieren van levend water vloeien” (Johannes 7/38). Iedereen die niet “de geest van Christus” heeft is “niet van Hem” Romeinen 8/9). God doet niets zonder Zijn geest: “God geeft de geest niet afgemeten” (Johannes 3/34).

Dit is waar ik nu voor wilde leven! Niets is te vergelijken met verzoend te zijn met God, Hem te kennen en leven voor Hem en voor Christus. Nu begreep ik hoe ik anders had kunnen leven in die opstandige dagen voordat God zich aan mij openbaarde. Al die verspilde jaren. Als ik alleen maar in een Bijbel had gekeken. Ik zou hebben gelezen wat Jezus zei: “Kom tot mij, al wie uitgeput raakt en zwaar belast is, en ik zal u rust geven. Neem mijn juk op u, en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van Hart, en u zult rust vinden voor uw leven. Want mijn juk is makkelijk en mijn last is licht” (Mattheüs 11/28-30).

Het zijn de woorden van de profeten en apostelen in de Bijbel die God aan ons openbaart. Alleen door Jezus Christus kunnen we verzoend worden met God, want er is geschreven dat Jezus zei, ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij” (Johannes 14/6). En Petrus, in de geest en de kracht van God, zei, “En niet in een ander is er verlossing, want er is geen andere naam gegeven onder de mensen waardoor gered kan worden” (Handelingen 4/12). We komen alleen tot God door Jezus omdat hij alleen heeft betaald, het offer van de dood voor ons tot verzoening met God. Wij falen in het houden van de wet van God. We overtreden. We falen in het eren van hem. Er is niets dat wij tot God kunnen brengen dan ons gebroken zelf. Onze eigen handelingen, zegt de profeet Jesaja, zijn “als een vuil kleed” (Jesaja 64/6).

We zijn gemaakt om onder de zorg van onze Schepper te functioneren. Gods wetten zijn instructies van Zijn zorg. Dwaal van hen af en we disfunctioneren, breken af. De opstand van Adam en Eva bracht de dood.

Wij vergaan om onze opstand en ongehoorzaamheid aan dezelfde God. Jezus Christus hield het geheel van Gods geboden, en hij klopt op onze deur, en biedt aan om in onze plaats voor God te staan.

Als wij onze opstand toegeven is God haastig om te vergeven. Wij zijn Gods kinderen. Hij is onze Vader. Hij neemt de vuile vlek weg. Onze oude zelf sterft, en we zijn “een nieuwe schepping” (2 Korintiërs 5/17) met nieuwe kleding. We stierven maar werden opgewekt, als het ware, tot een nieuw leven. Wanneer Christus terugkomt zullen we delen in zijn Koninkrijk, met een nieuw lichaam en geest die nooit meer zullen weten van ziekte, dood of zonde. Met deze kennis en wijsheid, en met deze hoop hebben we voortdurend een helper. We kennen een onbeschrijfelijke vreugde en hoop, en een vrede die “elk begrip overstijgt” (Filippenzen 4/7).

We hebben geen ingewikkelde weg tot onze redding nodig. We ontvangen het als kinderen. Jezus zei, “tenzij u veranderd en wordt als een klein kind, op geen andere manier kunt u ingaan in het Koninkrijk van de Verhevene” (Mattheüs 18/3). Want Jezus komt terug naar de aarde om zijn Koninkrijk te vestigen.

Houdt Gods geboden, geloof in Jezus als onze Verlosser, vraag om vergeving, en keer terug van onze slechte en zelfzuchtige wegen.

Er is niets anders, geen andere weg.

Dank God!

 

Christopher Sparkes, 2022

Vanuit het Engels vertaald door

Nicole Hoogendoorn, 2025