WORDEN ALLE MENSEN ZALIG?
Het Griekse Evangelie | Hoe het Universalisme Yahweh tot een leugenaar maakt.
Gebaseerd op een studie van Jeff Helm.
Hoofdstuk 1: De kritiek op het universalisme
Het universalisme is een leer die stelt dat de hel in feite een louteringsvuur is, dat alle zielen uiteindelijk met God zal verzoenen. Het is als het ware een 'Griekse evangelie'.
De gedachte dat iedereen uiteindelijk gered zal worden, is niet het geloof van de apostelen.
Het klinkt als een grotere barmhartigheid, een ruimere hoop, een liefdevollere Vader. Maar het is een gevaarlijke leer omdat het niet te herleiden is op Mozes, de profeten, Jezus of Paulus. De leer van het universalisme vindt zijn oorsprong bij Plato.
De mensen die het universalisme aanhangen maken Yahweh tot een leugenaar en doen het evangelie teniet.
- Yahweh zei dat de goddelozen zullen vergaan. Het universalisme beweert van niet.
- Yahweh zei dat de ziel die zondigt, zal sterven. Het universalisme beweert dat ze zal leven.
- Yahweh zei dat het vandaag de dag is van de redding. Het universalisme beweert dat er altijd nog een andere dag komt.
- Jezus zei dat de deur gesloten zou worden. Het universalisme beweert dat ze weer opengaat.
- De apostelen predikten urgentie. Het universalisme neemt die urgentie weg.
Als het universalisme waar is, dan heeft Yahweh onwaarheid gesproken. En als Yahweh onwaarheid kan spreken, dan is niets in de Schrift meer betrouwbaar. De beloften niet, de waarschuwingen niet, niet het verbond niet, en zelfs niet de Messias niet. Zo groot is de omvang van deze dwaling.
Hoofdstuk 2: Wortels in de Griekse filosofie
Vierhonderd jaar vóór Jezus leerde Plato dat de straf in het hiernamaals een genezend doel heeft, ze is niet bedoeld om de ziel te vernietigen maar om te zuiveren. De stoïcijnen leerden dat de kosmos periodiek door vuur wordt verteerd en vervolgens opnieuw wordt geboren. Niets gaat ooit definitief verloren. Plotinus leerde dat alle dingen voortkomen uit 'het Ene' en uiteindelijk weer daarin terugkeren, en dat niets eeuwig van zijn bron gescheiden kan blijven.
Dit is de rode draad: straf is tijdelijk, zuivering is het doel, en alles keert uiteindelijk terug. Dat is Griekse filosofie; het is niet afkomstig uit de Hebreeuwse geschriften.
Origenes van Alexandrië (ca. 185–254 na Chr.) was een briljant man, sterk gevormd door het platonisme. Hij kerstende het gedachtegoed van het universalisme. Hij las de Schrift door een Griekse bril en systematiseerde de leer van de άποκατασεως (ápokataseos) – het herstel van alle dingen. Zijn leer hield in dat aan het einde van de tijden alle zielen – de goddelozen, de onberouwelijken, en zelfs de tegenstander zelf – gezuiverd en met God verzoend zouden worden.
In 553 na Chr. werd dit als ketterij veroordeeld. Maar de moderne herleving van het universalisme vond zijn weg terug naar het christendom via George MacDonald in de 19e eeuw, de opvattingen van Karl Barth in de 20e eeuw, het boek ‘Love Wins’ van Rob Bell in 2011, en tegenwoordig via talloze leraren op het internet.
De verpakking verandert door de tijd heen, maar de wortel blijft hetzelfde. En die wortel ligt niet in de Hebreeuwse geschriften; ze ligt bij Plato.
Hoofdstuk 3: Toetsing aan de tekst
Wat zegt Yahweh eigenlijk over de dood?
De dood betekent voor Yahweh maar één ding, het is een terugkeren tot het stof.
- Genesis 3/19. ‘U zult brood eten in het zweet van uw gezicht, totdat u terugkeert tot de aarde, want daaruit bent u bent genomen, want stof bent u, en tot stof zult u terugkeren.’
- Psalm 104/29. ‘U verbergt uw gezicht, zij zijn ontzet; U neemt hun adem weg, zij verdwijnen en keren terug tot hun stof.’
- Psalm 146/4. ‘Zijn adem wordt uitgeblazen; hij keert terug tot de aarde; op die dag vergaan zijn plannen.’
- Prediker 9/5-6. ‘Want de levenden weten dat zij sterven zullen, maar de doden weten niets, noch hebben zij nog langer enig voordeel, want hun vermogen tot herinnering houdt op te bestaan, en hun liefde en hun haat en hun afgunst zijn nu vergaan. Noch nemen zij nog langer een deel aan alles wat, gedurende het eon, onder de zon gebeurt.’
- Prediker 12/7. ‘En het stof keert terug naar de aarde zoals het was, en de adem keert terug tot Elohim, Die haar gaf.’
Dit is duidelijk geen overgang naar een andere staat van bewustzijn. De levensadem wordt weggenomen en de persoon houdt op te bestaan.
Wie zal Yahweh willens en wetens verwerpen?
- Psalm 37/10. ‘Want een korte tijd zullen de wettelozen er niet meer zijn; ja, u zult zijn plaats nauwlettend beschouwen, en zij zullen er niet meer zijn.’
- Psalm 37/20. ‘maar de wettelozen zullen vergaan, en de vijanden van Yahweh zullen zijn als de pracht van de weiden, verdorren, zij verdwijnen in rook.’
- Ezechiël 18/4. ‘Voorwaar, alle zielen zijn van Mij. Zowel de ziel van de vader, als ook de ziel van de zoon van Mij. De ziel die zondigt, zal sterven.’
- Spreuken 2/22. ‘Maar de wettelozen zullen verdelgd worden uit het land, en de overtreders zullen eruit worden uitgeroeid.’
- Romeinen 6/23. ‘Want het loon van de zonde is de dood, maar de vrije gave van God is eonisch leven in Jezus Christus onze Heer.’
Het is geen tijdperk van zuivering. Er is duidelijk een contrast, de zonde levert de dood op, maar Yahweh geeft het leven. Als iedereen uiteindelijk eeuwig leven ontvangt, dan valt het contrast weg. De dood zou geen dood meer zijn.
- Johannes 3/16. ‘Want God heeft de wereld zo liefgehad dat Hij heeft overgegeven Zijn enige Zoon, tot het einde, opdat ieder die in Hem gelooft geen verderf zou lijden, maar in plaats daarvan eonisch leven zou hebben.’
Vergaan of eonisch leven, dat zijn de twee uitkomsten.
- 1 Johannes 5/12. ‘Degene die de Zoon heeft, heeft dat leven. Degene die de Zoon van God niet heeft, heeft dat leven niet.’
De tekst spreekt niet over een eeuwige straf.
Er staat dat wie de Zoon van God niet heeft, dat leven niet heeft. Er is geen tweede kans. De apostolische boodschap is volledig gebaseerd op urgentie. Als er een tweede kans na de dood zou zijn, zou de urgentie betekenisloos zijn.
Hoofdstuk 4: De urgentie van de redding
- Hebreeën 9/27. ‘En zoals het is weggelegd voor de mensen om eenmaal te sterven, en daarna het oordeel,’
- 2 Korintiërs 6/2. ‘In een aanvaardbare tijd heb ik u gehoord en op de dag van bevrijding heb ik u veiliggesteld. Zie, nu is het de uitgelezen tijd; zie, nu is het de dag van bevrijding. ‘
- Hebreeën 3/7-8. ‘Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: ‘Heden als u Zijn stem hoort, verhard uw harten niet zoals in de opstand, zoals op de dag van de beproeving in de wildernis,’
- Lucas 13/24-25. ‘Streef ernaar om in te gaan door de nauwe poort, want Ik zeg u: velen zullen zoeken om in te gaan, en zij zullen niet kunnen. Vanaf het moment dat de heer van het huis is gewekt en de deur sluit, en u begint met buiten te staat en op de deur klopt, zeggende: 'Heer, Heer, open voor ons!', dan zal hij antwoorden en tegen u zeggen: 'Ik weet niet waar u vandaan komt.'
De deur zal eenmaal sluiten. Nergens in de Schrift is er een aanwijzing dat hij weer opengaat. Daarom is er urgentie, nu, tijdens ons leven! Het zal nu duidelijk zijn dat de hel niet bestaat, het is een graf waar we na onze dood in worden gelegd. Maar hoe zit het dan met het meer van vuur waar in Openbaring gesproken wordt? Het ‘meer van vuur’ is figuurlijk en stond voor Jeruzalem. Laten we het meer van vuur eens nader bekijken, want het is een veelvoorkomend argument dat niet gebaseerd is op het begrijpen van de context waarin deze woorden figuurlijk gesproken werden.
Hoofdstuk 5: De vuurzee uitleggen
- Openbaring 20/14. ‘Dit is de tweede dood, het meer van vuur.’
Universalisten interpreteren dit als een zuiverende oven die uiteindelijk iedereen geneest. Maar de vuurzee is de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. Het oordeel dat een einde maakte aan de oude verbondsorde, de dood en het graf die erin geworpen werden, is figuurlijke taal voor het einde van dat tijdperk. De tweede dood is geen tweede kans. Het is de dood, het einde van de goddelozen, niet hun loutering. In de tweede dood geworpen worden betekent ophouden te bestaan.
Hoofdstuk 6: Weerlegging van Handelingen 3/21 met het oog op de uitwissing van uw zonden.
- Handelingen 3/19-21. ‘Onderwerp u daarom en bekeer u, met het oog op het uitwissen van uw zonden, zodat er tijden van verfrissing mogen komen voor het aangezicht van de Heer, en Hij volmacht geeft aan hem van tevoren aan u is verkondigd, Jezus Christus, degene die de Hemel moet ontvangen tot aan de tijden van het herstel van alle dingen, waarover God van oudsher gesproken heeft door de mond van al Zijn heilige profeten.’
Deze tekst wordt het vaakst gebruikt om het universalisme te verdedigen.
Het Griekse woord voor ‘herstel’ is άποκατασεως (ápokataseos) Strongs G605. Universalisten wijzen ernaar en zeggen: “Zie, alle dingen zullen hersteld worden, inclusief elke ziel." Maar lees het vers in zijn context. Petrus spreekt tot het verbonds-Israël.
- In Handelingen 3/12 spreekt Petrus de mannen van Israël aan, ‘Mannen, Israëlieten, waarom ben u hierover verwonderd?
Het herstel betreft datgene waarover de profeten spraken. Petrus spreekt niet over alles wat waaruit het universum bestaat. Hij spreekt over alles wat God door de mond van al zijn heilige profeten heeft gesproken tot Zijn volk.
Waarover spraken de profeten precies, waarnaar Petrus verwees?
- De verwoesting van de tempel. Daniël 9/26. Micha 3/12. Maleachi 3/1-2.
- Het oordeel over Israël. Jesaja 29. Jeremia 19. Ezechiël 24.
- Het einde van het Oude Verbond. Jeremia 31/31-34. Daniël 9/24-27,
- De opstanding. Daniël 12/2, Jesaja 26/19,
- De vestiging van het koninkrijk. Daniël 2/44 en Daniël 7/13-14,
- De wederopstanding van Israël. Ezechiël 37, Hosea 1/10-11, Amos 9/11-12,
- De uitstorting van de geest. Joël 2/28-32.
Elk van deze profetieën werd vervuld in de gebeurtenissen rond 70 n.Chr. Het woord zelf werd vervuld binnen het kader van het herstel – het herstel van alle dingen waarover de profeten spraken.
- Jeruzalem werd geoordeeld.
- De tempel werd verwoest.
- Het oude verbond werd ontbonden.
- Het koninkrijk werd gevestigd.
- Israël werd opnieuw verzameld.
- En de opstanding vond plaats.
- De geest werd uitgestort
Dit alles is gebeurd. Er is geen toekomstige gebeurtenis. Er is geen loutering van de goddelozen. De Schriften zijn voltooid.
Universalisten hebben een term die verwijst naar de vervulling van profetie, uitgelegd als de redding van ieder mens. Dat is niet wat Petrus zei. Dat is niet wat de profeten zeiden. Dat is in feite Plato, vermomd onder de naam van Petrus.
Hoofdstuk 7: De theologische kernbeschuldiging
Als het universalisme waar is, dan heeft Yahweh onwaarheid gesproken toen Hij zei: ‘De ziel die zondigt, zal sterven.’ Ezechiël 18/4.
- Psalm 37/10. ‘Want een korte tijd zullen de wettelozen er niet meer zijn; ja, u zult zijn plaats nauwlettend beschouwen, en zij zullen er niet meer zijn.’
- Romeinen 6/23. Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eonisch leven in Christus Jezus, onze Heere.
- 1 Johannes 5/12. ‘Degene die de Zoon heeft, heeft dat leven. Degene die de Zoon van God niet heeft, heeft dat leven niet.’
- Hebreeën 3/7-8. ‘Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: ‘Heden als u Zijn stem hoort, verhard uw harten niet zoals in de opstand, zoals op de dag van de beproeving in de wildernis,’
- Lucas 13/25. ‘Vanaf het moment dat de heer van het huis is gewekt en de deur sluit, en u begint met buiten te staat ….’
Als iedere ziel uiteindelijk wordt hersteld, dan zijn al deze Schriftgedeelten onwaar. Dan zou Yahweh een God zijn die dreigt met dingen die Hij nooit van plan is uit te voeren. Een God Wiens waarschuwingen bluf zijn en Wiens woord niet kan worden vertrouwd.
- Numeri 23/19. ‘El is geen man, dat Hij zou liegen, noch een mensenzoon , dat Hij zijn woord zou herroepen.
Heeft Hij gesproken en zal Hij het niet doen, of heeft Hij gesproken en zal Hij het niet gestand doen?’
- Titus 1/2. ‘In de hoop op eonisch leven, die de nooit liegende God beloofd heeft, vóór de eonische tijden. ‘
Als Zijn woord zegt dat de goddelozen omkomen, dan komen de goddelozen ook werkelijk om.
Iets anders beweren is Hem tot een leugenaar maken en het evangelie van zijn kracht beroven.
Denk eens na over wat het evangelie inhoudt.
- 1 Korintiërs 15:1-4. ‘Nu broeders, ik maak u het evangelie bekend dat ik aan u heb verkondigd, dat u ook hebt ontvangen en waarin u ook staat, waardoor u ook wordt gered, als u vasthoudt aan welk woord dat ik u heb verkondigd – tenzij u tevergeefs hebt geloofd. Want ik heb u onder andere het volgende doorgegeven wat ik ook heb ontvangen: hoe Christus stierf voor onze zonden in overeenstemming met de Schriften, en dat hij werd begraven, en dat hij op de derde dag werd opgewekt in overeenstemming met de Schriften,’
Hoofdstuk 8: Leerstellingen toetsen
Waarom moest de Messias sterven?
Omdat het loon van de zonde de dood is, en iemand moest die prijs betalen. Het kruis is alleen betekenisvol als de dood werkelijk, definitief en verdiend is. Als uiteindelijk iedereen wordt gered, dan wordt het kruis overbodig. Waarom moest Jezus sterven als een universele loutering hetzelfde resultaat zou kunnen bereiken? Geloof wordt irrelevant. Waarom zou je nu geloven als ongeloof het onvermijdelijke alleen maar uitstelt?
Waarom zou je aandringen op spoed als er in werkelijkheid niets dringends is?
Paulus’ hele leven was gebouwd op de realiteit van een komend oordeel en een opgestane Messias. Het universalisme maakt Zijn offer betekenisloos en Zijn prediking hol. Als er geen dood is, is er geen behoefte aan een verlosser. Als er geen oordeel is, is er geen behoefte aan het kruis. Het universalisme behoudt de woordenschat van het evangelie, terwijl het de volledige reden daarvoor wegneemt.
Hoe toets je een leer die prachtig klinkt?
Ga terug naar de wortel. Komt deze voort uit Mozes, de profeten, Jezus en de apostelen? Of vindt ze haar oorsprong bij Plato en de filosofen?
- Als een leerstelling bekering minder urgent maakt, dan komt ze niet van Yahweh.
- Een leer die het oordeel volledig schrapt, doet geen recht aan de rechtvaardigheid van Yahweh; ze heft die in feite op.
- Toets het aan het geheel van de Schrift. Niet slechts aan één vers of één losstaand tekstfragment, maar aan de Schrift in haar totaliteit. De Schrift zelf verwijst naar 'de wet en het getuigenis'. ‘Tot de wet en de getuigenis! Als zij niet spreken in overeenstemming met dit orakel, dan is er voor hen geen morgenlicht.’ Jesaja 8/20.
Hoofdstuk 9: Samenvatting en slotbeschouwing
Een korte samenvatting van deze studie.
Universalisten beweren dat alle zielen uiteindelijk worden hersteld; dat straf een corrigerend doel heeft en niet definitief is; dat de deur na de dood weer opengaat; dat de ziel bewust blijft voortbestaan en dat uiteindelijk iedereen gered zal worden; dat dit herstel een toekomstige gebeurtenis is; en dat de poel van vuur een louterende werking heeft – wat volgens hen aantoont dat Yahweh barmhartig is.
Maar de Schrift zegt:
- ‘De goddelozen zullen vergaan en er niet meer zijn.’ Psalm 37/10.
- ‘De ziel die zondigt, zal sterven.’ Ezechiël 18/4.
- ‘De deur is gesloten.’ Lukas 13/25.
- ‘De dood betekent terugkeren tot stof.’ Genesis 3/19; Psalm 146/4.
- ‘De adem wordt ontnomen en gedachten vergaan.’ Psalm 146/4.
- Er is geen tweede kans. ‘Vandaag is de dag.’ Hebreeën 3/7. Hebreeën 9/27.
Uiteindelijk werd het herstel van alle dingen, waarover de profeten spraken, in het jaar 70 n.Chr. vervuld.
De poel van vuur is een beeld voor de vernietiging van Jeruzalem, het einde van de oude orde.
Het is belangrijk op te merken dat het universalisme zijn oorsprong vindt in de filosofie van Plato; het is nergens terug te vinden in de boeken van Mozes, bij de profeten, bij Jezus of bij de apostelen. Het universalisme maakt van Yahweh een leugenaar en doet het evangelie volledig teniet.
Een dwaling presenteert zich nooit als iets lelijks. Ze verschijnt als iets dat 'beter' is dan de waarheid: een liefdevollere God, een ruimere barmhartigheid, een grotere hoop. En zo erodeert langzaam de urgentie van het evangelie, totdat het 'vandaag' van de redding – en daarmee ook het kruis – zijn betekenis verliest. Maar Yahweh is niet in verwarring. Hij heeft duidelijk gesproken:
- ‘Ik roep vandaag de hemelen en de Aarde tegen u op tot getuigen dat ik u heb voorgehouden het leven en de dood, de zegen en de vloek. Kies dan voor het leven, opdat zowel u als uw zaad zou mogen leven.’ Deuteronomium 30/19.
- ‘En het zal geschieden dat ieder die de naam van Yahweh aanroept, zal worden gered.’ Joël 2/32.
Dat is het evangelie – geen tweede kans, geen tijdperk van loutering. Het is het volbrachte werk van Jezus de Messias, dat vandaag door het geloof wordt aanvaard. En het loon van de zonde is de dood. Een werkelijke dood: terugkeren tot het stof, voor eeuwig ophouden te bestaan.
- Daarom was het kruis noodzakelijk.
- Daarom is de oproep dringend.
- Daarom is deze dag van belang.
Als de goddelozen vergaan, als er geen tweede kans is, geen tijdperk van loutering, wat gebeurt er dan met degene die in Jezus gelooft wanneer hij sterf? Wat gebeurt er in dit tijdperk?
Laat me beide vragen beantwoorden. We weten het niet. Yahweh heeft het ons niet verteld. En als Hij erover zwijgt, dan hoeven wij het niet te weten. Hij is de pottenbakker. Wij zijn het leem. Het leem eist niet van de hand van de pottenbakker te horen hoe het proces verloopt. Wat Hij heeft geopenbaard, dat onderwijzen wij. Wat Hij niet heeft geopenbaard, laten wij in Zijn handen; en wat betreft onze dood als gelovige: rust hierin:
- Paulus zei: ‘Wij zijn vol goede moed en verkiezen eerder om dit lichaam te verlaten en thuis bij de Heer in relatie met hem te zijn.’ 2 Korintiërs 5/8.
Hij zei niet: afwezig uit het lichaam en 2000 jaar lang slapend. Hij zei: thuis bij de Heer. En Paulus voegt er nog iets aan toe dat we niet over het hoofd moeten zien. Hij zegt dat wij allen voor de rechterstoel van de Messias moeten verschijnen om te ontvangen wat wij in het lichaam hebben gedaan, of het nu goed is of slecht.
- ‘Want wij allen moeten verschijnen voor de rechterstoel van Christus, opdat ieder zou ontvangen naar wat hij in het lichaam heeft gedaan, met betrekking tot wat hij heeft beoefend, hetzij goed of hetzij slecht.’ 2 Korintiërs 5/10.
- Dat is geen oordeel om te bepalen of je gered bent. In Christus is er immers geen veroordeling. Romeinen 8/1
Het is een verantwoording; een vader die het werk van zijn kind bekijkt. Paulus nam dit zo serieus dat het zijn dagelijks leven vormgaf. Dat zouden wij ook moeten doen. We zijn gered door geloof, maar we zijn niet ontslagen van verantwoording. We zijn gered tot een leven dat op een dag zal worden voorgelegd aan Degene die alles voor ons heeft gegeven. Hier ligt dus de hoop.
Hetzelfde woord dat zegt dat de goddelozen zullen terugkeren tot het stof, zegt ook dat de gelovige bij Yahweh zal zijn. Dezelfde adem die aan de goddelozen wordt ontnomen, is de adem die de getrouwen naar huis voert. Je sluit je ogen in deze tijd, en je opent ze in het koninkrijk bij Yahweh – door Jezus, je middelaar. Dat is geen speculatie. Dat is wat een vader doet. Een vader laat zijn kind niet bij de deur wachten; hij haalt het naar binnen. Wees daarom niet bang voor de dood. Vrees Yahweh, geloof in Zijn Zoon, en de dood wordt niet meer dan een doorgang.
- ‘Ik roep vandaag de hemelen en de Aarde tegen u op tot getuigen dat ik u heb voorgehouden het leven en de dood, de zegen en de vloek. Kies dan voor het leven, opdat zowel u als uw zaad zou mogen leven.’ Deuteronomium 30/19.
Je kunt kiezen voor het stof en voor eeuwig vergeten worden,
of je kunt kiezen voor het leven en het koninkrijk van de Vader binnengaan.