Wie is de god van deze wereld?

Gebaseerd op een studie van Christoffer Sparkes.

Er blijkt een gangbare overtuiging te zijn dat Satan de god van deze eeuw is. Maar is dat werkelijk zo?

Onderzoek van de Schrift

Waar staat dit in het Woord van God? 

In Jesaja 6/10, spreekt een serafim tot Jesaja: ‘Al hoort u, u begrijpt het niet; al ziet u, u neemt het niet waar. Maak het hart van dit volk ongevoelig, maak hun oren doof en sluit hun ogen, opdat ze niet met hun ogen zien en met hun oren horen, en met hun hart begrijpen, zich bekeren en genezen worden.’

De Heer Jezus Christus citeerde deze woorden meer dan eens, zie Mattheüs 13, Markus 4, Lucas 8 en Johannes 12.

Ook de apostel Paulus citeerde deze woorden in Handelingen 28/28. En hij verwees er opnieuw naar in zijn brief aan de Romeinen11/ 8. Daar schrijft hij: ‘God gaf hun een geest van verdoving, ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van vandaag.’ Let erop wie dit volgens hem heeft gedaan. Wie gaf hun die geest van verdoving en ogen die niet zien? Dat was God. Dat is wat er staat.

Waarom deed God dat? 

In de tijd van Jesaja was dit om de afgoderij, de eigenzinnigheid en de hardheid van hart; het volgen van een wereldse religie aangenaam is voor de oren – gericht op de vleselijke natuur – en het aanbidden van afgoden.

Jezus sprak over het aanbidden van God in geest en waarheid. Dat deden zij niet.

Paulus schrijft in 2 Korintiërs 4/4: ‘Maar als daarentegen ons evangelie verborgen is, dan is het verborgen voor hen die verloren gaan; bij hen heeft de God van dit tijdperk de geest van de ongelovigen verblind, zodat de glans van het stralende evangelie van Christus – die het beeld van God is – niet voor hen zou oplichten.’

Maar waarom in dat tijdperk?

Dat was omdat dat de tijd was van tekenen en wonderen; van 30 n.Chr. – de doop van Jezus – tot 70 n.Chr., de verwoesting van Jeruzalem en de opname van het volk van Christus: een periode van 40 jaar, 40 jaar van ‘tekenen en wonderen’. Die uitdrukking komt meerdere keren voor in het Nieuwe Testament, en een of twee keer staat er 'wonderen en tekenen'.

Zij hadden het voorrecht hadden om te leven in de tijd van de komst van de Messias en het verrichten van tekenen en wonderen: wonderdaden, opwekking uit de doden, genezing, het uitdrijven van demonen. Maar toch kozen zij voor afgoderij en spot. Daarom verblindde de God van dat tijdperk hun geest.

Kritiek op Bijbelvertalingen

In de StatenVertaling staat in 2 Korintiërs 4/4: ‘De god van deze eeuw’ – dus niet God, de Schepper van hemel en aarde, maar met een kleine letter 'g'.

De Naardense Vertaling heeft: ‘de godheid van deze eeuw’, ook een kleine letter 'g'.

De Nieuwe Bijbel Vertaling 21 heeft: ‘de god van deze wereld’.

Het Griekse woord aion betekent 'eon' of 'tijdperk'. Er staat niet 'de god van deze eeuw', er staat ook niet ‘de god van deze wereld’, maar 'van dit eon'. 

De SV en de NV zitten er voor de helft naast. Zij hebben het over 'god' (met een kleine letter) van deze eeuw.

De NBV21 zit er op twee punten naast, ‘god’ met een kleine letter en ‘wereld’ in plaats van ‘tijdperk’.

De aard van het goddelijke

Bij de woorden ‘De god van deze wereld.’ in 2 Korinthe 4/4 wordt gedacht aan de satan. De satan zou de geest van de ongelovigen verblinden. Hoe doet hij dat? Heeft hij goddelijke macht, kan hij alomtegenwoordig zijn?

Er staat nergens in Gods Woord iets over een 'god van deze wereld' met een kleine letter g. Satan is een verzinsel, er staat niet 'Satan'.

Jesaja, Jezus en Paulus zeggen dat het de Heer God was, de Vader van Jezus Christus, Yahweh Elohim.

In 2 Korintiërs 4/4 gaat het om God, de Vader van Jezus Christus, Elohim, de Schepper.

>>> Nu is duidelijk waarom de profeten als Jesaja zo tekeergingen tegen afgoden en afgoderij.

Als het volk afgoderij bedreef en andere goden dan Yahweh Elohim aanhing, dan zou God hun oren doof maken en hun ogen blind!

En nu?

En wat zien we nu? We zien dat de God van dit tijdperk dit kerk-tijdperk naar een roemloos einde leidt. Het loopt allemaal ten einde.

De kerken beweert dat Satan God is.

Maar wij zeggen dat zij God Satan noemen.

Zover is het Lichaam van Christus afgedwaald, alleen al door deze ene passage.

 

‘De aarde is van Yahweh en alles wat erop is, de wereld en degene die er leven.’

Psalm 24/1